header

Vaktermen verklaard

In Licht op Lezen valt soms niet om begrippen uit ons vak heen te gaan. Om het ook voor niet-kenners inzichtelijk te maken deze verklarende lijst.

1 de categorieën bij leeservaringen

    AVI

Binnen de schoolsituatie werkt men met AVI om het technisch leesniveau te meten. Voor het vrijetijdslezen zijn alleen de lagere AVI-niveaus relevant. Technisch lezen heeft niets te maken met het begrijpen van een tekst. Een kind kan technisch hoog scoren zonder iets te begrijpen van wat het leest. Een kind met een hoog AVI-niveau op jonge leeftijd is daarom niet noodzakelijkerwijs gebaat bij boeken voor oudere kinderen, omdat het de inhoud niet vanzelfsprekend begrijpt.
Tegenwoordig benoemt men de AVI-niveaus als volgt:
AVI start bereikt men ongeveer rond Sinterklaas
AVI M3 (midden groep 3) bereikt men ongeveer rond carnaval
AVI E3 (eind groep 3) Dat is het niveau dat kinderen moeten hebben om naar groep 4 te kunnen
AVI M4 (midden groep 4)
AVI E4 (eind groep 4)
Enz
Vanaf AVI M5 kunnen kinderen technisch in principe alles lezen, al gaat het dan nog niet snel genoeg (bij de testen) om een hoger AVI-niveau te halen. In de winkel delen wij (en in De Boekenwurm Online) technisch niet hoger in dan E4, omdat een kind daarna vrij kan kiezen uit alle boeken die het leuk vindt. Als het boek technisch moeilijker is dan het bereikte testniveau, dan gaat het lezen gewoon wat langzamer. Leesplezier is belangrijker dan een passend technisch leesniveau. Een kind dat graag en veel leest, gaat vanzelf snel genoeg lezen om later lesstof en studieboeken binnen de beoogde tijd te verwerken.

    Prentenboek

In een prentenboek staat doorgaans tekst om voorgelezen te worden. Dat kan veel tekst zijn of slechts enkele zinnen per pagina. Kenmerkend voor een prentenboek is, dat de tekst en de illustraties even belangrijk zijn om het verhaal te vertellen en dat de tekeningen elementen aan het verhaal toevoegen die in de tekst niet benoemd zijn. Er bestaan ook prentenboeken zonder tekst, maar die zijn in de minderheid. Prentenboeken zijn niet per se voor kleine kinderen, er zijn zelfs prentenboeken voor volwassenen.

    Voorleesboek

Voorleesboeken bestaan uit korte verhalen, al of niet over dezelfde hoofdpersoon. De verhalen zijn meestal voorzien van een illustratie die een moment uit het verhaal laat zien. Om een voorleesverhaal te kunnen volgen, moet een kind al een behoorlijke spanningsboog hebben opgebouwd.

Spanningsboog : de tijd die een kind geconcentreerd naar een verhaal kan luisteren.

    Voorleesboeken middenbouw of bovenbouw

Dit kunnen ook boeken zijn die een compleet verhaal bevatten, opgedeeld in hoofdstukken. Wij gebruiken die term voor boeken die zich erg goed lenen om voor te lezen in de middenbouw (7 tot 9 jaar) en de bovenbouw (9 tot 11 jaar) van de basisschool.

    Makkelijk lezen

Boeken die tot de categorie ‘makkelijk lezen’ behoren, zijn onder te verdelen in twee groepen. Er zijn boeken die speciaal gemaakt zijn voor kinderen met leesmoeilijkheden, zoals boeken met een lager AVI-niveau voor oudere kinderen of boeken met een speciaal lettertype. De tweede groep boeken heeft niet het vooropgezette doel kinderen met leesmoeilijkheden te bereiken, maar blijken in de praktijk deze kinderen wel aan te spreken.

    Leesboeken

Leesboeken zouden wij voor volwassenen romans noemen. Het zijn boeken met een lang verhaal, verdeeld in hoofdstukken. Er bestaan ook leesboeken met korte verhalen.

    Doeboeken

Doeboeken zijn boeken die gemaakt zijn om iets mee te doen, bijvoorbeeld instructies volgen om iets te maken of iets zoeken in de illustraties. Die laatste worden ook wel zoekboeken genoemd en zijn meestal prentenboeken zonder tekst.

    Informatieve boeken

Deze boeken zijn speciaal voor kinderen gemaakt over uiteenlopende onderwerpen.